DE KAPEL

 

In de nissen staan links, St. Hubertus, bisschop van Luik
en patroon der jagers en in de nis rechts St. Antonius.

In een dichtgemetseld raam in de Westelijke kapelmuur staat een klein beeld van St. Rochus. Hij werd in de 14e eeuw de beschermheilige tegen de pest. Hij verpleegde de zieken en werd zelf besmet, vandaar de hond, die hem in quarantaine voedsel brengt en de wonden likt. Op zijn schouder bevindt zich een 'St.Jakobsschelp', omdat hij pelgrimeerde naar Santiago de Compostella. In Frankrijk, ItaliŽ, langs de Rijn enz. werd hij ook aangeroepen om te zorgen voor een rijke wijnoogst.

 

De grafstenen van de eerste kluizenaar Laurent Ploum (links) en (rechts) de vijfde kluizenaar Arnoldus Haesen. Ze zijn beiden begraven in de 'Kluis'.

                                                                      

 

Enkele van de veertien staties zoals ze nu nog in de kapel hangen. Deze binnenkruisweg in de kapel werd hier aangebracht in 1862 op het feest van Maria Boodschap, door Pastoor Scholtes van Schin op Geul met als getuigen twee paters Redemptoristen. De veertien voorstellingen in een houten raamwerk werden ten geschenke gegeven door F. de Villers-Masbourg, weldoener van de Ermitage.

Dit was wat wij wisten uit oudere beschrijvingen maar in 2010 moesten we deze geschiedenis opnieuw schrijven. Samen met de wand- en plafondschilderingen werden ook deze staties gerestaureerd en schoongemaakt en daarbij kwam tot onze grote verrassing achter statie 14 een handgeschreven papier te voorschijn met de tekst: "Ich Eremit Klemens Salingre habe diese Kreuzweg selbst gemacht 1895".

 

Al eerder waren we er achter gekomen dat Kluizenaar Salingre enkele kunstwerken uit de Kluis verkwanseld had om zelf meer geld te hebben. Zo werd dus ook de originele, toen al antieke kruisweg die aan de Kluis geschonken was verkocht. Wel maakte de kunstzinnige kluizenaar deze nieuwe kruisweg maar daar kwamen we dus pas 115 jaar later achter.

HOME