De Kluis, een religieus monument.

De opvolger van kluizenaar Salingré was Auguste Tevesen, een Duitser geboren te Breyel (D.) op 27 Augustus 1864. Hij was als convers-broeder uit het klooster der priesters van het H. Hart te Sittard en had daarvoor enige jaren vertoefd in een klooster van  dezelfde congregatie te Brussel.
Hij kwam naar de Schaelsberg op 2 december 1906, nadat de kluis ruim een jaar had leeggestaan. Het was nu juist niet in het aangenaamste seizoen om zijn eenzaam leven hier te beginnen en de schimmel zal er wel op de muren gestaan hebben in de onbewoonde kluis.
Uit het wisselend heen en weer trekken van deze kluizenaar blijkt ook wel zijn onevenwichtig en vreemd karakter. Hij bleek niet van het goede hout gemaakt te zijn, waaruit men harde eremieten pleegt te snijden. Hij kreeg moeilijkheden met het Bisdom, omdat hij o.a. geen eremietenkleed droeg en aldus een aloude traditie onnodig verbrak. Hij wordt ergens genoemd een pseudo-eremiet! (Par. reg. Juli 1913).
Hij keerde daarom weer naar zijn klooster te Sittard terug op 2 November 1907. Maar enige jaren later n.l. op 22 Maart 1911 keerde hij weer terug naar de oude kluis, waar een hartziekte hem dwong, om op 6 December 1928 de eremitage voorgoed te verlaten, daar hij naar zijn klooster terugkeerde, oud, versleten en blind. Het einde der serie kluizenaars is niet zo mooi en verheffend als het begin. In deze eeuw en omgeving zal het ook zeer moeilijk zijn, het oude vrome kluizenaarsleven voort te zetten. Maar de enige donkere plekken in dit zware en moeilijk bestaan mogen onze eerlijke hoogachting en bewondering niet verzwakken voor de waarlijk heldhaftige leden van dit eremietengeslacht, dat de Kerk tot eer en de mens tot voorbeeld was.

TERUG NAAR DE KLUIZENAARS