De Kluis, een religieus monument.

      Peter Jozef Dresen ( Dreessen of Driessen) geboren 12 juli 1818 te Heimbach (D.) als zoon van Matthias D. en van Catharina Baltus. Hij woonde in de kluis van 1844 tot 1870.
Toen op  12 augustus 1870 Henricus Weerts weer terug keerde in de kluis, waar op dat moment Smitsmans en Dreesen woonden, besloot  Peter Dresen zich elders te vestigen en op 6 september 1870 vertrok hij naar de kluis van Krawinkel in Geleen. Hij wist dat die niet bewoond was want tijdens een bezoek aan de kluizenaar van Krawinkel op 17 februari 1868, had hij deze dood in de kluis aangetroffen.

"Peterke", zoals men hem te Geleen noemde, schijnt verscheidene jaren te Krawinkel verbleven te hebben. Uit de mond van oudere Geleners zijn enkele  bijzonderheden over deze kluizenaar vernomen. Zo trok hij geregeld eens per week naar de basiliek van O. L. Vrouw te Sittard. Op zijn weg door de straten van Oud-GeIeen zong hij met schallende stem religieuze liederen. Zelfs als er sneeuw lag hoorde men deze vrome kluizenaar luidkeels de lof van God en zijn lieve heiligen zingen. Vermoedelijk is hij wegens gezondheidsproblemen uit Geleen vertrokken. Vr 2 maart 1877 stond de kluis van Geleen leeg. Mogelijk is hij naar de Schaelsberg teruggekeerd. Op 13 juli 1883 vertrok hij naar huize St. Joseph in Heel en Panheel waar hij op 4 december 1892  als kloosterbroeder overleed, 74 jaar oud.

 

P

 

TERUG NAAR DE KLUIZENAARS